Cultuur en/in Ontwikkeling
Veel gesnuffel, weinig structurele samenwerking

Culturele- en ontwikkelingsactoren komen elkaar steeds meer tegen in diverse fora en op terreinen waar ze vroeger alleen de wacht uitmaakten. Het beeld van de ontwikkelingssector als een parade van landbouwconsultants, gezondheidswerkers, fondsenwerving- en marketingformules en en dat van de exotisch geïnteresseerde kunstenaar die zijn actie in de geglobaliseerde wereld wil kaderen lijkt niet echt verzoenbaar. Maar in het Zuiden is er een toenemende vraag naar een cultureel element in ontwikkeling. Hoe moeten en kunnen die elkaar zinvol ontmoeten? En hoe kan een beleid de door het Zuiden gevraagde symbiose van cultuur met ontwikkeling een kans geven?
Van 1995 dateert al “Our Creative Diversity”, de verklaring van de Unesco die voor veel landen de aanzet was om een actief cultureel ontwikkelingsbeleid te gaan voeren. Stapels literatuur en heel wat internationale conferenties later ligt er een stapel verklaringen, maar lijkt de samenwerking tussen kunstenaars en ngo’s maar mondjesmaat te volgen. Zeker in ons land. Jazeker, je hebt straatheatergroep die een educatieve komedie over Aids bregen in de dorpen, er zijn bekend rockartiest die zich bij hongerbuikjes laat fotograferen. Al te vaak lijkt de verbinding tussen cultuur en ontwikkeling vaak alleen instrumenteel: hoe kan een cultureel speler de ontwikkelingssector (financieel) verder helpen. In veel gevallen lijdt de lokale cultuur eronder, eerder dan te winnen.
Armoede en identiteit
Wie zich toch in dat veld beweegt komt al snel tot een drietal benaderingen van waarom cultuur hierin een rol zal spelen. Vanuit het ontwikkelingsdenken kan en moet cultuur helpen met de armoedebestrijding. Cultuur is dan een middel om te sensibiliseren, om te communiceren, al dan niet in het kader van een fondsenwerving in het Noorden of ‘bewustwording’ in het Zuiden. Een nog vrij recente invalshoek is die van de ‘creative industries’, waarbij men de creatieve industrie – de economische puls en weerslag van cultuur – als inkomstenbron ziet. Vooral de Europese Unie wil daarop inzetten
Het is meteen ook een van de oorzaken in zich waarom de ngo-wereld en de culturele wereld elkaar niet zo vaak vinden. Het onderhuidse wantrouwen van beide sectoren vindt zijn voedingsbodem in wat men het ‘instrumentalisme’ is gaan noemen. Uit een aantal focusgroepen die in de loop van 2007 werden georganiseerd door Youkali bleek de kloof onder andere zijn oorsprong te vinden in enerzijds de schrik van ngo’s dat de artiesten de boodschap van de ngo’s niet precies zouden reproduceren en anderzijds dat artiesten op hun hoede waren voor ngo’s die hen een ‘artistieke boodschap’ zouden influisteren. De principiële onafhankelijkheid van de artiest stuit vaak op het voorbereide politieke discours van ngo’s. Dit samen met de verschillende ‘culturen’ van beide sectoren en een moeilijke financiering sluit niet uit dat er regelmatig samenwerking is, vooral gedreven door een sterke onderlinge wil om samen iets te doen. Er is veel gesnuffel, maar zeer weinig structurele samenwerking.
Een sterke stem die in deze weinig gehoord wordt is die uit het Zuiden zelf. Het ontwikkelingswerk heeft wel een voorkeur voor meetbare en technisch meetbare doelstellingen met de milleniumdoelstellingen als een nieuwe piramide van Maslow, maar om die doelstellingen te bereiken, is de roep uit het Zuiden, zal je ons ook de kans moeten geven op een culturele ontwikkeling. Het verhaal van Seydou Wane (zie elders) is daarin tekenend. Op heel wat conferenties en ontmoetingen wordt de stem van het Zuiden naar een sterk cultureel component steeds luider, de Braziliaanse regering heeft onder andere het voortouw genomen in Zuid-Zuid culturele conferenties over de continenten heen.
Een benadering die bij die van de Zudierse ngo’s aansluit is er een die in het Noorden en Zuiden vooral in artistieke kringen is gegroeid. Cultuur is niet alleen een element van armoedebestrijding maar ook en vooral een noodzakelijk element in het opbouwen van een identiteit, een identiteit die in een geglobaliseerde wereld steeds weer bevraagd wordt en onder druk wordt gezet. Dat is niet alleen in het Zuiden zo, maar ook in het Noorden. Identiteiten zijn cultureel bepaald, maar de relatie tussen cultuur en groep, tussen het individu en andere culturen rondom evolueert steeds sneller. Veel Afrikaanse regio’s (en de mensen die daarin leven) worstelen met een spreidstand tussen een voorkoloniale (het beeld van de zuivere natuurstam), een koloniale (de ondergeschikte minderwaardige knechtverhouding), een postkoloniale (andere horigheden gepaard met een politieke emancipatie) en een sterk veranderende geglobaliseerde druk op de identiteit (de televisiecultuur, mobiliteit, migratie, individualisme). Het ontwikkelen en bevestigen van een identiteit gebeurt onder andere door het creëren van symbolen, van kunst, van verhalen en de ontmoeting met andere culturen.
In die zin kan een ondersteuning die culturele permanente wedergeboorte een houvast bieden voor meer zelfbewustzijn, voor een creatieve ontplooiing, die vaak de economische voorafgaat. Cultuur is bij uitstek een middel om zich wederzijds te kunnen spiegelen, om van elkaar de toetssteen te zijn en tegelijkertijd een osmose tot stand te brengen. Velen wijzen op het feit dat die ontmoetingen vrijwel de enige zijn tussen Noord en Zuid waar weinig of geen ondergeschikte relatie tussen van gever en ontvanger ingebakken zit.
Tenslotte is er een meer internationalistische, politieke benadering die gaat over culturele rechten, over emancipatie, mondig maken, democratisering, empowerment en het recht op erfgoed. Het is het domein waarin mensenrechtenbewegingen en internationale instanties (zoals Unesco) een dynamiek hebben gebracht.
De invalshoeken over cultuur en ontwikkeling vallen uiteraard grotendeels samen met de sectoren en beleidsdomeinen: armoedebestrijdings is de zaak van ngo’s en de federale overheid in België. Het culturele rechtenverhaal zit ingebed in burgerrechtenbewegingen en internationalere instanties (en ngo’s). De culturele identiteit is dan weer een door de kunstenveld gedreven invalshoek die in ons land door instituten, artiesten en op regionaal en gemeenschapsvlak wordt beoefend.
Van Noord naar Zuid
In een geglobaliseerde samenleving gaat het bovendien om een nog breder veld dan alleen maar cultuur en ontwikkelingsectoren an sich. De acties en projecten spelen zich af over vrijwel elk terrein van de cultuur en de ontwikkeling: van samenlevingsopbouw in het Noorden tot lokale ontwikkelingsinitiatieven in het Zuiden. Laat ons even van Noord naar Zuid reizen.
Ook lokale samenlevingsopbouwprojecten in het Noorden komen steeds meer met ontwikkeling in aanraking door de verwevenheid met de migratiethematiek. Ook daar is de zoektocht naar een identiteit van eerste, tweede en verdere-generatie migranten en de toevloed van zogenaamde “economische vluchtelingen” nauw verweven met het ontwikkelingsdenken over het “thuisland”. De boutade dat een betere ontwikkeling (lees: herverdeling) de migratieproblematiek zal verminderen, is daar een voorbeeld van. De sociaal culturele sector en de sociaal artistieke sector is op die manier ook vaak verweven met het ontwikkelingsdenken, of zoekt naar raakpunten in een geglobaliseerde context, ook al is ze in essentie alleen op het Noorden gericht en vaak erg lokaal georganiseerd. De multiculturele en het al internationaal genetwerkte fenomeen van de murga’s kan ook als voorbeeld dienen.
De culturele sector in het Noorden, op zoek naar een internationalisering en een internationaliseringsbeleid, is een tweede drijvende kracht. De kunstensector heeft daar de voorbije decennia flink op ingezet, zij is zich steeds meer van bewust geworden dat die internationalisering ook het zuidelijke deel van de wereld moet omvatten. Meer instellingen van puur culturele aard hebben zich daar ook op toegelegd of projecten opgezet op zoek naar die betrokkenheid. De KVS en ‘t Arsenaal zijn maar enkele voorbeelden, P.A.R.T.S en Rosas hebben vaak stagiairs uit het Zuiden of bijvoorbeeld Zuid-Afrikaanse dansers te gast. Ook artiesten hebben vanuit hun eigen praktijk kansen gezocht en genomen. Die zoektocht van het culturele veld is ingegeven door artistieke ambities, maar ook vaak door de maatschappelijke relevantie van de instelling of de eigen positie in vraag te stellen.
Dat brengt ons bij organisaties die in het Noorden een werkplaats hebben gevonden of trachten te vinden en zich richten naar de ‘landen van oorsprong’. Veel migranten-artiesten die in het Noorden werken proberen een link te houden of maken met hun thuisland op een artistieke manier. Een aanzienlijk deel van de geldstromen van Zuiderse Ngo’s komt nu al van migrantengroepen in het Noorden, ook van artiesten.
Het culturele veld in de Zuiderse landen is dan weer zoals het grootste deel van de economie in het Zuiden zeer informeel gestructureerd. Pogingen om tot een infrastructuur en een cultuurbeleid te komen botsen er vaak op een gebrek aan middelen en een onbestaand beleid. Ook de invulling van wat cultuur en kunst betekenen in de maatschappij verschilt er vaak fundamenteel, niettemin is er een sterke culturele elite die vanuit de civil society vaak moeizaam aan de weg timmert. Het voorbeeld van wijlen George Khumalo in Zuid Afrika of Petna Ndaliko in Congo is in Vlaanderen welbekend. Het ontwikkelen van dat cultureel veld of zelfs een culturele industrie is een van de geopperde opties om vanuit het culturele veld ook een economische weerslag te creëren.
Aan de Zuidkant van onze reis zijn er de ontwikkelingsngo’s, in Noord en in Zuid. Hun finaliteit is uiteindelijk armoedebestrijding, meer en meer wordt een kunst- en cultuurbenadering an sich echter belangrijk geacht.
Al die raakpunten tussen cultuur en ontwikkeling worden niet steeds als zodanig erkend en herkend. De middelen die ter beschikking staan van deze groepen, actoren en gemeenschappen zijn ook bijzonder divers in België. Alles wat cultuur bij ons aangaat wordt vanuit gewesten gedragen, net als het sociaal cultureel werk dat ook op regionaal en lokaal vlak zijn middelen haalt. Het overgrote deel van het ontwikkelingswerk is federaal georganiseerd. Een deel kan op Europese middelen rekenen.
Dit zorgt voor een spreidstand die in onze huidige staatsvorm bijzonder moeilijk te combineren valt. Cultuur is immers een gemeenschapsmaterie, ontwikkeling is federaal. Gezien die spreidstand en de grachtengordel tussen de werkingsvelden komen de verschillende organisaties elkaar ook niet echt tegen. Een van de weinige organisaties die een structurele link maakten tussen de culturele en de ngo sector is Music Fund (Ictus en Oxfam solidariteit), zij het met een duidelijk pragmatische werking die makkelijk vertaalbaar was naar een meer traditionele ngo-werking. Nochtans is er een grote openheid om elkaars werking te versterken, bleek uit onze rondvraag.

Beleid en draagvlak
Er zijn combinaties mogelijk van al die benaderingen, maar dan zal er een geïntegreerd beleid nodig zijn van verschillende benaderingen, diverse fondsen, bevoegdheden en finaliteiten. Ook de actoren hebben andere doelen gaande van artistiek over sociaal tot puur economisch of kunstcreatie. Het komt er op aan de verdeelde aandacht die er nu is in een beleid om te zetten, of de kanalen te creëren waarop een beleid kan worden gestoeld.
Op het colloquium en de voorbreidende seminaries werd dan ook duidelijk dat in de eerste plaats nood is aan het ondersteunen van beleidsoverschrijdende initiatieven tussen Cultuur en Ontwikkeling en tussen het Sociaal Cultureel werk en Ontwikkeling, maar snel zal ook blijken dat domeinen als erfgoed, duurzaamheidsbeweging en participatie betrokken geraken. Het Cultuur en Ontwikkelingsdomein is bij uitstek grensoverschrijdend, en die stapjes over de grachten worden vaak niet echt aangemoedigd.

Daarnaast zou binnen elk domein ook aandacht voor ontwikkeling en cultuur moeten komen. Op het vlak van de cultuur uit zich dat in een aanpak binnen de internationalisering van de kunsten, die wellicht een specifieke invalshoek nodig heeft wanneer het over ontwikkelingsgerichte acties. Vanuit Ontwikkeling is de culturele inbreng een zorgenkindje, al was het maar omwille van het ontbreken van adequate criteria en meetbaarheidsnormen om effecten te meten.
Daarom willen we de overheden van ons land overtuigen om cultuur in ontwikkeling duurzaam te verankeren op de verschillende beleidsniveaus, om transversale projecten mee mogelijk te maken en te stimuleren en anderzijds binnen elk domein ‘cultuur en ontwikkeling’ in het beleid mee op te nemen. Er moet een strategisch plan ontwikkeld worden waarin de verschillende actoren een plaats kunnen vinden en hun acties kaderen. Verder pleiten we voor een soort katalysator/facilitator die de opgedane ervaring kan bundelen van de verspreide initiatieven en de know how kan kapitaliseren.
Daarvoor moet echter eerst een kritisch draagvlak worden ontwikkeld dat als gesprekspartner kan dienen en de verzuchtingen van de verschillende initiatieven kan aankaarten bij overheden. Cultuur en Ontwikkeling moet als zodanig bij vele instanties en organisaties nog geagendeerd worden en daarvoor zal een brede alliantie nodig zijn van actoren die zich op de vele kruispunten bevinden die we zullen tegenkomen.
Op het colloquium ontstond een brede consensus over het oprichten en aansturen van een breed netwerk van organisaties en mensen uit alle betrokken sectoren (ngo, cultuur, educatie, sociaal cultureel, academisch...) en overheden over alle taal- en andere barrières heen. Dit netwerk zou een gezamenlijk discours kunnen ontwikkelen, informeren, sensibiliseren, en tegelijk pilootprojecten mee helpen initiëren. De initiatiefnemers van het colloquium, Youkali, KVS, VTI, 11.11.11, Demos, Africalia en Kaaitheater, hebben zich voorgenomen om een initiatief te nemen om dat netwerk op te starten en een gezamenlijke stem te laten horen.



Gerry De Mol voor Youkali vzw

- Download het speciale nummer “Cultuur en ontwikkeling” van het VTI naar aanleiding en met de conclusies en bijdragen van het colloquium. (download PDF) PDF




The Gap Is Mine!